Voor onze kinderen Voor onze kinderen

4 - 8 jaar: Bartimeüs wil kunnen zien

Jezus en zijn leerlingen komen in Jericho. De mensen zijn blij als ze Hem zien. Ze lopen allemaal met Jezus mee. Ze willen Hem van alles vragen, en ze hopen dat Jezus de kinderen en de grote mensen die ziek zijn weer beter wil maken.

‘Nu moet Ik weer weg,’ zegt Jezus na een poosje.

Maar de mensen van Jericho laten Hem niet zomaar gaan. Ze lopen nog een flink eind mee, tot buiten de stad.
Aan de kant van de weg zit een man die niet kan zien. Hij is blind. Bartimeüs heet hij.

Omdat hij blind is, kan Bartimeüs geen gewoon werk doen. Hij wordt elke morgen naar de kant van de weg gebracht, en daar zit hij de hele dag te bedelen.
‘Geef me wat geld,’ roept hij als er mensen voorbijkomen. ‘Geef me wat geld, alsjeblieft.’
Dan hoort Bartimeüs een grote groep mensen aankomen. ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt hij.
‘Jezus komt eraan,’ zegt iemand.
‘Echt waar?’ zegt Bartimeüs blij.
Hij heeft Jezus nog nooit gezien, natuurlijk. Maar hij heeft wel over Hem gehoord. Hij heeft gehoord dat Jezus mensen beter kan maken. ‘JEZUS!’ roept hij. ‘JEZUS, ZOON VAN DAVID! Help me toch!’
‘Sssst,’ zeggen de mensen. ‘Houd je mond, Bartimeüs.’
Bartimeüs luistert niet. Hij begint nog veel harder te roepen. Zo hard als hij kan. ‘JEZUS! ZOON VAN DAVID! Help me toch!’
Jezus hoort hem roepen. En Hij blijft staan, midden op de weg. ‘Breng die man eens bij Me,’ zegt Hij.
Een paar mannen rennen naar Bartimeüs toe. Die is nog steeds aan het roepen. ‘JEZUS! ZOON VAN DAVID!’

‘Stil maar,’ zeggen de mannen. ‘Jezus heeft je gehoord. Hij roept jou. Hij vraagt of je naar Hem toe wilt komen.’
Bartimeüs springt overeind en gooit zijn jas op de grond. Iemand geeft hem een hand, en brengt hem naar Jezus toe.

‘Wat kan Ik voor je doen?’ vraagt Jezus. ‘Meester,’ zegt Bartimeüs. ‘Ik wil zo graag weer kunnen zien.’
‘Dat is goed,’ zegt Jezus. ‘Je bent beter, Bartimeüs. Je ogen doen het weer.

Je kunt weer zien omdat je in Mij gelooft: je wist zeker dat Ik je beter kon maken.’ ‘Jaaaa!’ roept Bartimeüs. Hij knippert met zijn ogen. ‘Jaaaa! Ik kan weer zien! Ik zie U, Jezus. Dit bent U, hè?! Ik zie alles! Ik zie iedereen! Dank U wel. Mag ik met U mee?’ ‘Je mag met Mij mee,’ zegt Jezus.

En Bartimeüs gaat met Jezus en zijn leerlingen mee. Op weg naar Jeruzalem.

8-12 jaar: Jezus zorgt dat Bartimeüs kan zien

Jezus en de leerlingen kwamen in Jericho. Ze liepen door de stad, en een grote groep mensen liep mee. Toen ze de stad weer uit gingen, zat er een blinde bedelaar langs de kant van de weg. Hij heette Bartimeüs.

Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te roepen: ‘Jezus! Zoon van David! Heb medelijden met mij!’ De mensen zeiden: ‘Houd toch je mond!’ Maar hij begon nog veel harder te roepen: ‘Zoon van David! Heb medelijden met mij!’ Jezus bleef staan en zei: ‘Roep die man hier.’ De mensen riepen de man. Ze zeiden: ‘Rustig maar. Sta op, Jezus roept je.’ Meteen liet de man zijn jas op de grond vallen. Hij sprong op en ging naar Jezus. Jezus vroeg aan hem: ‘Wat kan ik voor

je doen?’ De blinde man antwoordde: ‘Meester, ik wil weer kunnen zien.’ Jezus zei: ‘Dat is goed. Je bent beter geworden dankzij je geloof.’ Op datzelfde moment kon de man weer zien. Hij ging met Jezus mee, op weg naar Jeruzalem.

terug